Bewegingsopvoeding 

 

1. Bewegingsopvoeding in de kleutertuin

Aanleren van de algemene bewegingsvaardigheden (zoals bijvoorbeeld huppen, springen, kruipen, ...) in de vorm van verhaaltjes, estafettes en hindernisomlopen aangepast aan de leefwereld van de kleuters.

2. Bewegingsopvoeding in het lager onderwijs

  • Eerste graad

Verder uitdiepen van de algemene bewegingsvaardigheden die reeds aangehaald zijn in de kleutertuin (bv. aanleren koprol, wendspring over de bank, ...)

  • Tweede graad

Een simpele overgang van algemene bewegingsvaardigheden naar specifieke in vereenvoudigde vorm (bv. van stuiteren overgaan naar de basketbaldribbel).

  • Derde graad

Stimulatie van de algemene conditie d.m.v. circuits en uitbreiding van de specifieke vaardigheden (bv. conditiecircuit met verschillende posten).

3. Schaatsen

De leerlingen gaan enekele keren per jaar schaatsen, afhankelijk van het leerjaar.

4. Zwemmen

De leerlingen gaan 1 tot 2 keer per maanden zwemmen en leren hierdoor de zwemslagen (crawl, schoolslag, rugslag) onder de knie krijgen.

5. Sportdag

De school organiseert één tot twee keer per jaar een grote sportdag voor de leerlingen.

6. SVS-activiteiten

Naschoolse sportactiviteiten die gedurende heel het jaar op een woensdagnamiddag georganiseerd worden. Bijvoorbeeld: volksspelen voor het eerste en tweede leerjaar, voetbaltornooi, gymland, veldloop, ...